Toen ik vanmiddag in het bedrijfsrestaurant stond aan te schuiven voor mijn smoske, hoorde ik volgende conversatie achter mij, tussen een plusminus 40-jarige autochtone collega en een plusminus 30-jarige allochtone collega met donkere huidskleur en met een iets minder vlotte Nederlandse tongval:
(autochtone collega) “De Ramadan begint zeker weer hé?”
(allochtone collega) “(beleefde instemmende knik)”
“Dat is, denk ik, toch nogal iets hé?”
“Ja”
“Allez, ik weet da ge nie moogt eten, maar drinken da weet ik niet. Moogt ge da?”
“(vragende blik) Eten niet nee…”
”Jama drinken, moogt ge da?”
“Maar ik doe dat niet hé, Ramadan, ik ben geen…”
“En seks, da moogt ge ook dan niet hé? Houdt ge da vol, zo’n maand? Da gaat toch nie. Allez, da begint toch nu ergens die Ramadan?”
“Jama…”
…
En toen moest ik mijn broodje bestellen. Toch vreemd hoe die autochtone collega er meteen van uitging dat onze gebruinde collega een moslim zou zijn. En hoewel deze laatste duidelijk maakte dat hij niet veel belang hecht aan het religieuze, leek dit niet door te dringen tot onze autochtone collega. Er is precies nog werk aan de bewustmaking rond ons “Diversiteitsprogramma”…

No comments yet
Feed met reacties voor dit artikel